Trijntje Blaauboer icoon van het schoonrijden

Een leven tussen polderijs, elegantie en nationale roem

Demonstratie schoonrijden van Trien Blaauboer op de ijsbaan van Bedum.

Er zijn van die winters die in het geheugen van een dorp blijven voortleven.  Winters waarin de sloten en plassen veranderen in brede straten van glad ijs.  Voor de Wieringerwaarders betekende vroeger een strenge winter meer dan alleen koude.  Zodra het ijs sterk genoeg was, werd het ijs in de sloten en op de meren een ontmoetingsplaats.  Jong en oud bonden de schaatsen onder.  Gewoon hard schaatsen, of struikelend over het ijs, of een toertocht. 

 

Trijntje; icoon van het schoonrijden

Maar er waren ook schaatsers die van het rijden een ware kunst maakten.  Trijntje Blaauboer was zo iemand.  Zij werd op 10 november 1880 geboren in Wieringerwaard.  Om vier uur in de ochtend. Rens Blaauboer en moeder Maartje Schenk besloten hun dochter opnieuw Trijntje te noemen, zoals zij ook hun eerste dochtertje, die slechts drie jaar werd, hadden genoemd.

Bijna een eeuw later, op 10 februari 1977 overleed Trien, zoals haar roepnaam was en werd zij begraven op de begraafplaats achter het Polderhuis.   Tussen die twee data ligt een opmerkelijk leven, waarin zij uitgroeide tot een icoon van het Nederlandse schoonrijden.

 

 

 

 

 

De schipper Gerrit Pietersz

Gerrit Pietersz; stamvader van de Blaauboer-nazaten.

In eerste instantie zou je denken dat de naam Blaauboer een tikfout is. Immers, Blauwboer lijkt toch aannemelijker? Niets van dat al. Er zit een geschiedenis vast aan de naam Blaauboer. Naamgever en stamhouder (volgens velen) is Gerrit Pietersz, alias de Schipper (hij was schipper op het schip ‘Alkmaar’). Hij was de zoon van kleermaker Gerrit Pieter Aldewegen, geboren in Huisduinen. Zoon Gerrit kocht in 1671 een boerderijtje, aan de Slikkerdijk. Hij startte een schipperij, bierstal annex winkel en bevestigde een uithangbord met daarop uitgebeeld een in het blauw geklede boer. Gerrit werd spoedig bekend met de naam Blaeuweboer, een naam die later door zijn nazaten in Blaauboer werd veranderd. Wie wil kan een monumentje aan de Slikkerdijk zien als herinnering aan deze Gerrit.

De stamhouder zou trots zijn geweest op zijn nazaten, die het goed deden. Ook op Trijntje, vijfvoudig Nederlands kampioen schoonrijden.

Schoonrijden is een van de oudste vormen van schaatsen.  Al op schilderijen uit de zeventiende eeuw zien we mensen die sierlijk over het ijs bewegen.  Het verschil met het hardrijden is duidelijk.  Bij het hardrijden draait alles om snelheid.  Bij het schoonrijden gaat het om houding, techniek, beheersing en elegantie.  De schaatser rijdt in vloeiende S-bochten over het ijs.  Voor de toeschouwer lijkt het allemaal gemakkelijk te gaan.  Maar schijn bedriegt.  Een goede schoonrijder moet het evenwicht perfect beheersen en iedere beweging op het juiste moment uitvoeren.  Het is juist de bedoeling dat de inspanning nauwelijks zichtbaar is.

En daarin lag het talent van Trijntje.  Want: wie in Wieringerwaard opgroeide, leerde het ijs kennen door alle sloten en meertjes.  Trien Blaauboer bleek meer te kunnen dan alleen maar aardig schaatsen.  Zij ontwikkelde zich tot een uitzonderlijk goede schoonrijdster.

 

Schager Courant

Dat valt al te lezen in de Schager Courant van 17 januari 1901:

Bij de dezer dagen gehouden wedstrijden in schoonrijden zijn de heer R.  C.  Blaauboer en diens dochter, de mej.  T.  Blaauboer, te Wieringerwaard telkens zeer eervol uit het krijt getreden.  Vader Rens werd eerste bij de mannen, dochter Trijntje won goud bij de vrouwen.

In 1908 werden vader Rens en dochter Trijntje opnieuw genoemd in de Schager Courant. De correspondent schreef vol bewondering over Rens Blaauboer:  ‘Zeldzaam dat iemand van 60 jaar nog zo uitblinkt in  het schoonrijden’.

Trien met broer Cornelis op de ijsbaan bij wedstrijden in Alkmaar.

Een jaar later deed Trijntje Blaauboer mee aan het Nederlands kampioenschap schoonrijden voor dames. In deze wedstrijd, die in Alkmaar werd gehouden, werd Trijntje tweede achter  Thetasina Siemens.  Daarmee stond haar naam voor het eerst nadrukkelijk tussen de beste schoonrijdsters van Nederland.

In 1910 veranderde haar leven. Zij trouwde in  Wieringerwaard met Jacobus de Boer uit Veendam. Vanaf dat moment komen we haar ook tegen als Trien de Boer-Blaauboer.

Trijntje vertrok naar het hoge noorden, naar Groningen. Met haar man, werktuigkundige, kreeg Trijntje twee kinderen. Het huwelijk hield echter geen stand. In 1939 werd de echtscheiding een feit.

Trijntje Blaauboer was echter verknocht aan het schoonrijden en zo gauw het ging vriezen was zij op het ijs te vinden. In elke wedstrijd werd zij wel eerste of tweede

In het jaar dat de schaatsbond veertig jaar bestond (1922), werd de ‘Elf Provinciën Prijs’ in het leven geroepen. In  1921 had Trien, zoals zij eigenlijk werd genoemd, in Arnhem zich al gekroond tot de nieuwe kampioene van het seizoen 1921-1922. Zij had de titel daarmee driemaal op rij gewonnen (1918, 1919 en 1921).  In 1922 kreeg Trijntje de Elf Provinciën trofee in handen nadat zij voor de derde keer de nationale titel veroverde.

Het dagelijks bestuur van de Bond besloot daarop een nieuwe prijs voor het schoonrijden voor dames beschikbaar te stellen in de vorm van een zilveren bloemenbokaal, onder de naam ‘Jubileum-prijs’. Deze prijs, verreweg de mooiste die de afgelopen eeuw beschikbaar is gesteld, kreeg een levensduur mee van tien jaar en zou definitief in het bezit komen van diegene die de ‘Bloemenbokaal’ in het jaar dat de schaatsbond vijftig jaar zou bestaan (1932), veroverde.

De Bloemenbokaal kwam uiteindelijk in het seizoen 1932-1933 bij het NK in Groningen terecht bij Trijntje, die zij overigens direct weer beschikbaar stelde voor haar toekomstige opvolgster.

Het was een bijzonder moment voor haar. Zij was inmiddels 53 jaar en het moest voor een bijzonder moment zijn geweest dat zij de Bloemenbokaal overhandigd kreeg.

Het was dat jaar wel het meest bijzondere hoofdstuk van haar carrière. Trien was toen al ruim vijftig jaar oud. Veel sporters zouden op die leeftijd allang gestopt zijn.  Trien niet. Het Nederlands kampioenschap werd dat jaar in Groningen gehouden.  En juist daar, in de stad waar zij na haar huwelijk ging wonen en twee kinderen kreeg samen met haar man, behaalde zij opnieuw de nationale titel. Voor de vijfde keer.

Trijntje Blaauboer werd uiteindelijk 96 jaar oud.  Zij overleed op 10 februari 1977 in Uffelte en werd begraven op de begraafplaats achter het Polderhuis in Wieringerwaard.

Toen zij in 1880 werd geboren, was schaatsen nog een vanzelfsprekend onderdeel van het winterse leven.  Toen zij in 1977 overleed, was het schaatsen inmiddels veranderd in een moderne wedstrijdsport met kunstijsbanen, televisiereportages en professionele begeleiding. Maar haar eigen sport – het sierlijke schoonrijden – bleef bestaan. Tegenwoordig wordt Trien de Boer-Blaauboer nog steeds genoemd als een van de bekende schoonrijd(st)ers uit de Nederlandse geschiedenis.

Heel bijzonder is ook dat er nog filmbeelden te vinden zijn van Trijntje, uit 1926. In Den Haag werd een wedstrijd kunstrijden georganiseerd met o.a. Olga Schiffelers, een grootheid uit die tijd bij het kunstrijden. Er waren vier deelneemsters, waaronder Trijntje. Zij werd tweede, zo viel in de krant van 20 januari 1926 (Algemeen Handelsblad) te lezen. Een tweede filmpje laat iets van de schaatshistorie schoonrijden zien uit het verleden, met beelden van onder meer wedstrijden in Heiloo.

E-mail: info@wieringerwaerdt.nl

Bronnen:

Schager Courant
Schaatshistorie
Weekblad van het Noorden
YouTube
MyHeritage
Noordhollands Archief

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *