De Volharding; hard werken voor een stukje kaas
Wie zich verdiept in de geschiedenis van Wieringerwaard, kan niet om de historie van de zuivelbereiding heen. Als je over de Zuid Zijperweg naar Wieringerwaard rijdt kom je aan de rechterkant de voormalige zuivelfabriek CZ De Volharding tegen. Nu is daar het autoservicebedrijf Van der Waals gevestigd.
Laten we even teruggaan in de geschiedenis. Naar de 19e eeuw, toen veel boeren de melk zelf verwerkten tot zuivelproducten en verkochten. Duizenden veeboeren werkten zelfstandig, op eigen houtje en produceerden op hun eigen boerderij kaas en boter. De boerinnen deden het zware werk bij die bereiding. De opbrengst was vaak laag met als gevolg veel armoede.
In de polder van Wieringerwaard was het leven in die tijd niet slecht en is het verhaal dat de kaasfabriek ontstond uit weelde. De boeren in de ‘Pauwenstad’ hadden het goed en hun vrouwen hadden ook niet zoveel zin meer om het zware werk aan de tobbe te blijven doen. Maar vond maar eens personeel dat de kennis bezat ook dit werk te kunnen uitvoeren. Dus werd een andere oplossing gezocht: het starten van een kaasfabriek.
Het is niet zo vreemd dat de boeren op een gegeven moment bedachten dat samenwerking wel eens lonend kon zijn, ook omdat de export naar Engeland in die tijd floreerde.
In een brief van de Coöperatieve Zuivelvereniging De Volharding aan een zekere Koopman uit Spierdijk, een schrijven dat dateert uit 1949, wordt een stukje geschiedenis beschreven. De Volharding is ontstaan in 1872 als eerste Coöperatieve Kaasmakerij. Het was niet de eerste kaasfabriek van Nederland, maar mogelijk wel de derde.
De statuten in de Staatscourant van 9 mei 1872 geven de namen van de boeren prijs die het initiatief namen: Jan Bakker, Dirk Janszoon Kaan, Dirk Renszoon Kaan, Johannes Ludovicus Groneman, Johannes Koelman, Dirk Schenk, Klaas Kaan, Cornelis Schenk, Volkert Bakker, Jacob Groot, Arie Schenk, Cornelis Zijp, Jacob Kooy, Jacob Kaan, Jan Kaan, Klaas Schenk, Albert Kaan, Albert Waiboer, Elisabeth Barendreg (weduwe van Pieter Kaan) en Jan Kaan (uit Zijpe).
Deze groep boeren had de inventaris opgekocht van een kaasmakerij uit Broek in Waterland, die het niet redde. Tot de inventaris behoorden onder andere twee kaastobben, een stoomketel en een weegschaal. Essentiële onderdelen van een kaasfabriekje, zou je zo zeggen. Nog slimmer was het om ook maar de kaasmaker uit Broek in Waterland over te nemen, Volkert Sieben. De naam van de nieuwe burgerlijke maatschap werd de NV Wieringerwaarder Maatschap tot Bereiding van Kaas. Over boter wordt nog niet gesproken.
Tot directeur-penningmeester werd Jan Bakker benoemd. Hij kreeg een jaarwedde van 150 gulden. Verder werden Dirk Janszoon Kaan, Dirk Renszoon Kaan, Johannes Groneman en Johannes Koelman tot commissarissen gekozen. De totale inleg van de boeren: 40.000 gulden, verdeeld over 100 aandelen van 400 gulden.
De eerste paar jaar richtten de boeren zich vooral op de Engelse markt, omdat de export waarschijnlijk het meest lucratief was. Het viel echter niet mee om de Engelse kazen – Cheshire – van voldoende kwaliteit te maken. Die kwamen vaak terug omdat ze op de boot al uit elkaar vielen. De mislukte kaas werd begraven achter de boerderij van Jan Bakker, de eerste directeur van de fabriek. Die boerderij lag ernaast. Dat leidde weer tot terugbetaling aan de deelnemers, omdat die te veel hadden ontvangen.
De productie werd voor een jaar stilgelegd, waarna men in 1875 overging tot het maken van Edammer kaas.
Onenigheid over de uitbetaling van de opbrengsten leidde in 1887 tot de oprichting van een tweede kaasfabriekje, Aurora aan de Barsingerweg, op initiatief van Groneman, woonachtig aan diezelfde weg. Twee kaasfabriekjes dus in het Wieringerwaardse polderlandschap die kaas produceerden. Geen boter. Dat kwam later. Eerst werd fabriek De Volharding een coöperatie. De aankondiging van de oprichting van Aurora werd aangekondigd in de Heldersche en Nieuwedieper Courant van maart 1887:
,,Velen van onze lezers zullen zich herinneren welke belangstelling door Landbouw-Vereenigingen, zoomede door de Staten der provincie, is toegekend aan het systeem van den heer P. Boekel te Wieringerwaard. Thans kan worden meegedeeld dat reeds door een viertal landbouwers aldaar eene kaasfabriek is opgericht waarin, onder leiding van den heer Boekel zelf, met alle mogelijke middelen zijn veelgenoemd systeem meer in ’t groot wordt gebracht.
Eene zeer nederige woning, wat bouworde betreft, geheel in overeenstemming met onze Noordhollandsche boerderijen, is daarvoor ingericht, terwijl het benoodigde materieel geheel volgens aanwijzing van den heer Boekel is vervaardigd. Dit alles doet zich voor in fonkelnieuwen en blinkenden staat en schijnt er wel op gemaakt om boven alles aan de reinheid bevorderlijk te zijn.
Verder wordt in deze fabriek de melk tweemaal daags volop zoet geleverd en verwerkt, dat zeker, als eerste voorwaarde voor een prima product, aan deze zaak eene gunstige onderscheiding zal geven.
Daar het systeem nog onder geheimhouding wordt uitgevoerd, zijn verdere mededeelingen daaromtrent niet mogelijk.”
In 1920 verkochten de eigenaren van de zuivelfabriek De Volharding, op dat moment 15 in totaal, hun fabriek. De kopers waren particulieren uit Wieringerwaard die zich op 1 maart 1920 de eigenaar mochten noemen van de fabriek. Deze kopers waren overigens….de verkopers. Een opzetje, zou je zo zeggen.
De tweede datum die van belang is te worden genoemd is het jaar 1926. Aurora en De Volharding gingen fuseren. Aurora aan de Barsingerweg werd gesloten en de productie vond daarna volledig plaats aan de Zuid-Zijperweg. In dat jaar ging men ook over tot boterbereiding. De kaas- en botermaker was Jacob Haker, die in 1915 voor 980 gulden per jaar in dienst trad.

Personeel voor de fabriek; foto dateert uit 1929. Op de foto mevrouw Heerschap en mevrouw Bron met zoontje. Verder Piet Schouten, Rein Buisman, Cees Verblaauw, Jan Rol, Heerschap, Bron en Gerbrand Kistemaker.
De kaasfabriek had in de jaren twintig en dertig meerdere kaasmakers in dienst, waaronder R. Buisman, W. Bron en enkele hulp kaasmakers, zoals C. Verblaauw, P. Schouten, J. de Vries en G. Bosscha. Directeur was Hofsté, die dat bleef tot de opheffing in 1953.
Die opheffing was onvermijdelijk. De financiële resultaten na de Tweede Wereldoorlog waren niet zo beroerd, maar er moesten wel investeringen (vernieuwingen) worden gedaan: nieuwe electrische pompen en kaaspersen, bussenreinigingsmachine, herstel van de schoorsteen enzovoort. Het was te laat. Volgens de Schager Courant was het bedrijf niet met de tijd meegegaan. Het gevolg waren tegenvallend exploitatiesaldo’s, ook door verminderde kaasverkoop. In 1954 werd de fabriek geveild in het Wapen van Wieringerwaard en kwam daarmee een eind aan de geschiedenis van de zuivelbereiding in Wieringerwaard.
Bronnen
Westfries genootschap
Zijper Museum
Wieringerwaard 400 jaar
NH Archief
Wikipedia
Zuivelhistorie
Friesland-Campina
Beelden van een kaasmakerij uit vervlogen tijden
In onderstaand filmpje is te zien hoe in de jaren veertig van de vorige eeuw de kaas werd gemaakt. De film betreft een voormalige zuivelfabriek in Laren.


De zuivelfabriek was in de oorlog ook een onderkomen voor het lager onderwijs,omdat de school vol zat met duitse militairen.
in het perslokaal zetelde meester van Ham.
In een deel van d oorlog werd de fabriek draaiende gehouden door een Fordson tractor gestook op hout en kooks.
In 1944 was er een gaarkeuken gevestigd met als koks Piet de Boer en Braveboer,
die kookten voor de mensen uit de stad die voedsel probeerde te scoren in de kop van Noord-Holland.
Mooie reactie, Kuno!
Mooie herinneringen, Kuno! Goede aanvulling op het hele verhaal. Altijd fijn als iemand nog iets extra’s weet en ook plaatst vind ik.
Mooi stukje geschiedenis. Ook leuk te lezen dan mijn opa en naamgenoot, Geert Bosscha, kaasmaker is geweest in Wieringerwaard. Mijn vader, Gerard Bosscha, is in 1935 geboren in Wieringerwaard. Na Wieringerwaard is mijn opa ook kaasmaker geweest in t Zand en op het laatst in Middenbeemster bij kaasmakerij Bamestra.