Wieringerwaard is trots op zijn ‘Witte Kerkje’
Elk dorp heeft zijn kerk en altijd staat die in het centrum. In Wieringerwaard staat ook een kerk, maar in het centrum? Nou nee. Wieringerwaard heeft niet echt een centrum. Geen plein, geen café met de naam de Rustende Jager, geen kerk met een kerkhof. Wel het ‘Witte Kerkje’, op een kleine terp. Elk half en elk heel uur slaat de klok van de kerk de tijd. Wieringerwaard is eraan gewend en je wordt er ’s nachts niet meer wakker van.
De eerste kerk van Wieringerwaard werd in 1634 gebouwd en was een ‘langwerpig vierkanten gebouw met een houten toren’, zo meldt J.T. Bremers in zijn boek over Wieringerwaard.
Deze eerste kerk werd in 1865 afgebroken en hetzelfde jaar na de aanbesteding voor de herbouw in maart volgde de renovatie en nieuwbouw en kon de kerk in 1866 worden heropend. Er behoorde ook een begraafplaats tot de kerk, maar die werd in 1881 gesloten. De zerken sneuvelden jammer genoeg.
We slaan een eeuw over en komen dan in het jaar 1978: de Kroniek van West-Friesland meldt het volgende:
Wieringerwaard Storm front – met hagel, sneeuwen onweer – trekt over ons land en veroorzaakt grote schade: speciaal in het glastuinbouwcentrum in Heerhugowaard-Noord. Blikseminslag in houten toren van Ned. Herv. kerk te Wieringerwaard, maar de brandweer voorkomt totale vernietiging van toren en kerk.
En een andere bron: De brandweer daar is twee uur bezig geweest het vuur in de houten toren in bedwang te houden.
Dat maakte vervanging van de kerktoren noodzakelijk.
Het kerkbezoek liep vervolgens zoals in veel andere plaatsen in Nederland in de jaren 80 terug. Dat had tot gevolg dat de kerkzakjes minder gevuld werden en de inkomsten dus drastisch terugliepen. Het waren sombere tijden voor de geloofsgemeenschap. Immers, de kerk raakte in verval, er waren minder kerkgangers en er werd al gesproken met samengaan met de hervormde gemeente in Anna Paulowna.
De kerk werd gelukkig van de ondergang gered door initiatieven die vanuit de bevolking kwamen. Via subsidies, acties en bijdragen van de bevolking zelf werden gelden ingezameld. De kosten werden begroot op 630.000 gulden. De stichting – Vrienden rondom het Witte Kerkje – die zich bezig hield met de restauratieplannen kreeg de kerk in bezit voor één gulden. De restauratie kon vervolgens beginnen en op 25 november 1987 kon burgemeester Dijkstra de kerk officieel openen.
De hervormde kerk kreeg een nieuwe rol. Natuurlijk, kerkdiensten bleven mogelijk, maar ook andere activiteiten konden nu in de kerk worden gehouden. Een nieuwe ontmoetingsplaats voor de Wieringerwaarders, hoe mooi kan het zijn.
Zondagsdiensten worden nu gehouden door de Hervormde Gemeente Wieringerwaard, zelfstandige gemeente van de Protestantse Kerk Nederland. Voorheen was deze gemeente de N.H. Evangelisatie op Gereformeerde Grondslag, Pniël. De Pniël is een gereformeerde geloofsgemeenschap, ontstaan in de jaren veertig van de 20e eeuw toen veel gelovige mensen uit andere delen van het land in deze omgeving aan het werk waren en behoefte hadden aan een kerk die bij hun paste. De kerkgangers kwamen op diverse plaatsen bijeen, zoals in een schilder werkplaats en een garage. In 1953 kregen zij een eigen gebouwtje met de naam Pniël, waar tot 1989 de kerkdiensten plaatsvonden. Sindsdien worden de samenkomsten gehouden in het Witte Kerkje van Wieringerwaard.
Er was overigens nog een geloofsgemeenschap actief in Wieringerwaard, namelijk de doopsgezinde vermaning aan de Barsingerweg. Het kerkje werd later verplaatst naar Kreil, waar het uiteindelijk in de jaren twintig van de vorige eeuw werd afgebroken.
De website van de Vrienden van de Witte Kerk vermeldt nog een interessante anekdote.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de klokken door de bezetters geconfisqueerd om te worden omgesmolten voor de wapenfabricage. De kerk had twee klokken, een moederklok en kinderklok. De klokken werden per schip vervoerd over het IJsselmeer, maar het schip verging, mogelijk met hulp van schipper van Dijk. Een opmerkelijke actie, die ervoor zorgde dat de klokken niet in handen van de Duitsers kwamen. De klokken kwamen weer boven water en omdat zij duidelijk herkenbaar waren konden de klokken weer terugkeren naar Wieringerwaard.
Deze anekdote is niet helemaal volledig. Schipper Van Dijk uit Dordrecht was niet aan boord. Hij vertikte het de klokken – en het waren er enkele honderden uit heel Nederland – met zijn schip ‘Op Hoop van Zegen’ – van Leerdam naar het Duitse Embden te vervoeren. Een onervaren gelegenheidsschipper werd ingehuurd. Op 10 november 1944 vertrok het schip vanuit Leerdam samen met nog tien andere schepen in konvooi naar Amsterdam. Pas begin januari werd vanuit Amsterdam begonnen aan de tocht over het IJsselmeer. Een Duitse sleepboot sleepte de schepen traag voort en op zaterdagavond 6 januari ging het bij Urk bij de zandbank Het Vormt mis. De schepen strandden. Acht kwamen weer los, drie schepen, waaronder de Hoop van Zegen, bleven vast zitten. Ze waren ook te veel beschadigd. Bergingspogingen liepen op niets uit, omdat de medewerkers van het bedrijf dat de berging moest regelen, de hele berging saboteerden.

Enkele van de geborgen klokken bij Urk.
Pas na de oorlog, eind juli 1945, werd het schip Op Hoop van Zegen met 226 klokken geborgen. Op de lijst van de geborgen klokken kwam de naam Wieringerwaard niet voor. Niet duidelijk is dan ook of de klokken van het Witte Kerkje zich wel of niet op het genoemde schip of op een ander schip bevonden. Hoe dan ook, de klokken keerden weer terug in het Witte Kerkje.
Wie meer wil weten over het witte kerkje, kan ook eens kijken op de volgende websites:

